Tips & Tools

Overprikkeling bij kinderen met autisme..

Iets wat men naar mijn idee te weinig mee krijgt, bij de educatie over kinderen en volwassenen met autisme, is het overprikkelen van de zintuigen. Toch hebben de meeste ouders hier dagelijks mee te maken. Want moeilijk gedrag van kinderen komt vaak door overprikkeling van de zintuigen. Wij mensen hebben 5 zintuigen; huid, ogen, oren, neus en mond die over- en/of ondergevoelig kunnen zijn voor zintuiglijke prikkels. Als je overgevoelig bent voor prikkels reageer je overdreven op de gewone zintuiglijke prikkels en als je ondergevoelig bent da reageer je niet of nauwelijks op de gewone zintuiglijke prikkels. Over welke prikkels hebben we het dan? We hebben het over voele, zien, horen, ruiken en proeven. Het is ook nog mogelijk dat bij een kind of volwassen de over- en ondergevoeligheden elkaar afwisselen en bovendien op een enkel zintuig betrekking heeft.
Sommige kinderen met autisme hebben moeite met aanrakingen en kunnen soms zelfs schrikken of boos worden van een onverwachte aanraking. Ze kunnen er soms wel goed tegen als zij het zelf vragen, of als je het van te voren aangeeft.
Geluiden komen harder over dan normaal, maar soms ook op hetzelfde geluidsniveau zoals bv bij een video opname, of het dragen van een gehoorapparaat. Een kind met ass kan de hoofd- en bijzaken niet goed onderscheiden en dan komen alle geluiden even hard binnen.

Soms raken ze geprikkeld door zacht getik van de klok, door een zoem van de koelkast, of door harde muziek van broer of zus, maar hebben geen last van muziek wat ze zelf hard aan hebben gezet. Dat komt omdat zij daar zelf de controle over hebben.
Een kind kan voor jouw gevoel soms overdreven reageren op “luchtjes”.
Hij of zij maakt dan regelmatig opmerkingen over geuren van bv voedsel, andere mensen of geld. Onze zoon vind kaas enorm vies ruiken, en maakt altijd opmerkingen als ik een broodje kaas eet. Het kan dus zijn dat je kind overmatig goed kan ruiken en daar dus echt last van heeft. Hij wordt overspoeld door een (voor hem) vieze geur, en kan op zo’n moment alleen nog maar ruiken. Je zult hem alles wat hij doet zien staken en hem (overdreven) horen en zien reageren op het luchtje. Soms moet je de lucht wegnemen omdat een kind er letterlijk van moet overgeven of het niet kan relativeren.

Overgevoeligheid in de mond kan tot gevolg hebben dat het kind moeite heeft met het eten van bv warme of koude dingen, harde stukken of zachte stukken of structuur. Zoals macaroni waarbij veel verschillende etenswaren door elkaar gaan. Ook kan een kind te kort kauwen en dan het eten te groot doorslikken. Het kind moet leren hoe hij moet kauwen.
Het kind kan overgevoelig zijn op de ogen, zodat binnenkomende prikkels hem overweldigen.
-te veel licht door zon, of juist te donker.
-te veel kleuren, bewegingen van het licht
Ook oogcontact kan erg lastig zijn, omdat oogcontact in eens heel veel prikkels kan geven, dat het kind soms ook niet meer in staat is om te luisteren. Dwing oogcontact niet af. Je kunt omwille van de beleefdheid met het kind afspreken dat hij bij het praten de blik richt op een punt op het gezicht van de ander.
BV tussen de ogen, zodat hij iemand niet echt in de ogen hoeft aan te kijken.
Iedereen is wel eens overprikkeld denk maar eens aan de zaterdag dat je in een warme drukke supermarkt loopt en je kan het nodige product niet vinden, en een andere klant rijd met haar boodschappenkar tegen jou enkels op. Kinderen met autisme zijn dat echter sneller overprikkeld en vaker dan overprikkeld andere kinderen.

Overprikkeld zijn betekent dat het zenuwstelsel een hoog alertheidsniveau heeft. Dit ontstaat doordat er meer prikkels zijn ontvangen door de zintuigen dan er verwerkt kunnen worden door het zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg). Er is een ‘file van onverwerkte prikkels’ ontstaan.
Dit kunt je vergelijken met een dam in een beekje, er komt meer water aan dan er door de dam kan stromen en er ontstaat een ophoping van water.
Als een kind met autisme overprikkeld is, is het zenuwstelsel heel druk bezig om de file weg te krijgen. Hierdoor kan het kind niet meer adequaat op nieuwe prikkels reageren. Ook kan het kind niet meer zo goed nadenken en handelen als het overprikkeld is en wordt hij/zij sneller overspoeld door emoties, dus wordt hij sneller boos, verdrietig en soms zelfs agressief. Het is van belang om zo veel mogelijk te voorkomen dat een kind overprikkeld raakt. Dit kan door het zorgen voor een gering prikkelaanbod en genoeg rustmogelijkheid.

Kinderen met autisme kunnen ook overprikkeld raken door de vele sociale interacties die zij aan moeten gaan. Sommige kinderen zijn de gehele dag op school aan het overleven en druk bezig met het verwerken van alle informatie die zij binnen krijgen dat ze er moe en soms zelfs ziek van worden. Hun belastbaarheid is niet zo groot, dat wil zeggen dat de draagkracht en draaglast niet groot is omdat zij de prikkels niet goed verwerkt krijgen. Ze kunnen klachten krijgen van sterkte vermoeidheid, hoofdpijn, buikpijn, keelpijn, obstipatie, misselijkheid en koorts. Bij ernstige overprikkeling kunnen sommige kinderen zelfs flauw vallen.

Hoe veel prikkels een kind aankan en hoe een kind het beste rust kan nemen, verschilt per kind. Als het kind overprikkeld is, is rust nodig om het zenuwstelsel weer in normale staat te krijgen. Dit kan verschillen van 20 tot 30 minuten tot een dagdeel, of zelfs meerdere dagen.

 

Petra Dekker