Tips & Tools

Onze kinderen gaan weer naar school..

Het is weer zover, de vakantie zit er weer op en onze kinderen gaan naar school of weer naar school. De laatste week van de vakantie bouwt de spanning zich weer op, en komt ‘moeilijk’ gedrag weer boven water. Dit ‘moeilijke gedrag’ is een uiting van angst. Niet dat het ‘moeilijke gedrag’ in de vakantie helemaal weg is, maar toch is ons kind in de vakantie wat meer ontspannen en toegankelijker.

Gaat je kind voor het eerst naar school of gaat hij of zij naar een nieuwe school, probeer dan uit te vinden of de school en de leerkracht ervaring heeft met autisme. Onderzoek of de nieuwe leerkracht weet waarvan een kind met autisme overprikkeld kan worden, en op welke manier de leerkracht jou kind veiligheid en vertrouwen kan bieden. Het is van belang dat je als ouder voelt dat de leerkracht je serieus neemt, en dat hij of zij tijd wil maken om over de situatie van jou en jullie kind te praten. Maar nog belangrijker is dat het klikt tussen jouw kind en zijn of haar mentor. Het kind moet zich veilig voelen, anders zal de samenwerking moeizaam kunnen verlopen.

Probeer ruim voor het nieuwe schooljaar begint, er achter te komen, wie de mentor van jou kind wordt, en kijk of er een mogelijkheid is dat je kind voor het nieuwe schooljaar nog even kennis kan maken met de mentor, maar ook met het gebouw. Je kan ook vragen naar het rooster, klasindeling of dagindeling voor het nieuwe schooljaar en eventueel een lijst van medeleerlingen. Soms kan je van te voren met je kind en mentor een plekje in de klas uitzoeken. Onze zoon heeft moeite met zonlicht, en heeft een plekje in de klas uitgezocht waar geen zonlicht binnen komt.
Ga de school bekijken op een moment dat er geen of weinig leerlingen op school zijn. Hierdoor kan het kind de details in zich opnemen, en aanvoelen of het veilig is. Het van te voren kennismaken met de mentor, gebouw, klaslokaal en eventuele betrokken leerkrachten zoals de gymleerkracht, bied veiligheid en vertrouwen waardoor angst enigszins wat kan afnemen.

Soms moet je even aandringen en misschien extra uitleg geven, want de meeste scholen organiseren hiervoor een gezamenlijke kennismakingsdag.
Zo’n kennismakingsdag is voor de meeste kinderen erg spannend maar geeft voor kinderen met autisme extra veel spanning en prikkels. Het kind gaat binnen 1 dag zijn mentor ontmoeten, zijn nieuwe klasgenoten zien, het ontdekken van een gebouw en klaslokaal, en wordt op de hoogte gebracht van nieuwe regels. Meestal wordt er een spel gespeeld op zo’n kennismakingsdag, om elkaar beter te leren kennen, maar sommige spellen zijn voor kinderen met autisme erg lastig. Of zijn er veel vrije momenten waarbij een kind met autisme niet goed weet deze vrije momenten in te vullen. Vaak zijn kinderen met autisme op sociaal gebied niet zo sterk en wachten zij af tot een ander hen misschien aanspreekt.

Gaat je kind over naar de volgende klas binnen de zelfde school. Dan kan je ook van te voren kennismaken met de nieuwe leerkracht en vragen welk lokaal ze het nieuwe schooljaar hebben. Je kan voorstellen op welk plekje je kind graag zou willen zitten en naast wie je kind wil zitten. Bedenk samen met je kind wat hij of zij nodig heeft om een goede eerste start te maken. Een positieve ervaring geeft veiligheid waardoor je kind misschien de volgende dag met meer vertrouwen naar school gaat.

Je begrijpt nu wel dat zo’n eerste schooldag enorm veel indrukken en prikkels geeft, met de kans op overprikkeling. Bij overprikkeling ontstaat er een ‘file van onverwerkte prikkels’. Dit kunt je vergelijken met een dam in een beekje, er komt meer water aan dan er door de dam kan stromen en er ontstaat een ophoping van water.
Als een kind met autisme overprikkeld is, is het zenuwstelsel heel druk bezig om de file weg te krijgen. Ook kan het kind niet meer zo goed nadenken en handelen als het overprikkeld is en wordt hij/zij sneller overspoeld door emoties.

Je kan je nu wel voorstellen waarom kinderen met autisme in de laatste weken van de vakantie ’moeilijk gedrag’ vertonen. Zij weten dat ze weer naar school moeten, maar zijn het overzicht kwijt.
“Wat gaat er gebeuren, waar moet ik naar toe, wie zijn er allemaal, welke regels moet ik onthouden, hoe vind ik het toilet, aan wie kan ik iets vragen (als ik het al durf te vragen), wat is de begintijd, en wat is de eindtijd, welk spel gaan we spelen, wie doen daar aan mee? En zo kan je nog veel meer vragen bedenken, die voor filevorming van prikkels veroorzaken.

Gaat je kind dit jaar zelf op de fiets naar school, ga dan samen van te voren een aantal keer de route fietsen om alvast te wennen en te bekijken welke punten lastig kunnen zijn. Dit kan je ook doen als je kind zelfstandig met het openbaar vervoer gaat.
Je kan eerst samen de route maken, vervolgens op het punt van aankomst aanwezig zijn, en dan alleen naar school gaan en bellen dat hij of zij goed aangekomen is. En dit kan je ook doen voor de terug weg naar huis. Bespreek met je kind wat hij of zij prettig vind om het vertrouwen op te bouwen.
De Stichting Mee organiseert in een aantal plaatsen in Nederland, speciaal voor leerlingen met autisme de cursus ‘Wennen in de brugklas’.

Petra Dekker
www.coachaut.nl